De Programmaraad van Boerderij van de Toekomst stelt zich voor:

Stefanie de Kool

De Programmaraad van Boerderij van de Toekomst speelt een belangrijke rol in de transitie van de huidige landbouw naar een landbouw die productief, regeneratief en veerkrachtig is. De deelnemers adviseren Boerderij van de Toekomst en toetsen de voortgang van de doelstellingen.

Stefanie de Kool werkt bij SMK (Stichting Milieu Keur), een organisatie die bijdraagt aan de verduurzaming van producten en diensten via criteria-ontwikkeling en keurmerken. Als programmamanager plantaardige agroketens is De Kool verantwoordelijk voor onder andere het keurmerk On the way to PlanetProof voor plantaardige producten.

Wat is de grootste uitdaging van de landbouw?

‘De grootste uitdaging is om de landbouw in balans te brengen met de draagkracht van de aarde. De landbouw is de basis van onze voedselproductie. Maar op dit moment zitten we klem in een niet duurzaam systeem: veel produceren tegen lage prijzen en dat gaat ten koste van de omgeving. Denk aan gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlakte- en grondwater, broeikasgasemissies, stikstofoverschotten en een sterke teruggang van de biodiversiteit of de uitputting van de bodem. De uitdaging is om dat te veranderen, door de ontwikkeling van duurzame teeltsystemen en technieken.’

Hoe bent u betrokken geraakt bij Boerderij van de Toekomst?

‘SMK werkt aan dezelfde doelstellingen als Boerderij van de Toekomst. Dat doen we met het keurmerk On the way to PlanetProof, waarmee we met een grote groep telers duurzaamheidsimpact realiseren. Deze landbouwers kunnen gebruikmaken van het keurmerk On the way to PlanetProof als zij voldoen aan bepaalde duurzaamheidseisen. Boerderij van de Toekomst kijkt nog wat verder vooruit en schetst welke volgende stappen we kunnen nemen in de transitie naar een landbouw die productief, regeneratief en veerkrachtig is. De kennis die binnen Boerderij van de Toekomst wordt opgedaan is relevant voor ons werk. Wij bekijken of de kennis in de praktijk kan worden toegepast en vertalen die naar eisen in het certificatieschema. Strokenteelt en minimale grondbewerking worden bijvoorbeeld gestimuleerd, maar het is nog te vroeg om dit te verplichten.’

Wat verwacht u van Boerderij van de Toekomst?

‘Hier worden nieuwe technieken en oplossingen ontwikkeld om duurzaamheidsstappen te kunnen zetten. Dat moet gebeuren in samenspraak met alle betrokken partijen zoals landbouwers, milieuorganisaties en retailers. Op die manier zorg je ervoor dat de technieken en oplossingen ook toepasbaar zijn in de praktijk. Het is ook belangrijk dat Boerderij van de Toekomst naar de middellange termijn kijkt, want we moeten loskomen van wat nu logisch of haalbaar is. We moeten ons niet laten beperken door de denkbeeldige grenzen die we hebben gecreëerd met het huidige voedselproductiesysteem.’

De estafettevraag

In de vorige editie kwam Jetze Kempenaar, voorzitter van de Stichting Future Food Production, aan het woord. Zijn vraag aan u is: ‘In het hele proces van verandering komt de consument nog niet genoeg aan bod. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we de consument meer betrekken bij datgene waar we mee bezig zijn?’

‘Als we het over het betrekken van de consument hebben, dan refereren we meestal aan de keuze die ‘de consument’ moet maken om duurzamer geproduceerd voedsel te kopen. Uit onderzoek blijkt dat veruit de meeste consumenten een keuze maken op basis van prijs, uiterlijk van producten, smaak en gemak. Ik geloof dat je de consument moet meenemen in de bewustwording over duurzaamheid, maar niet teveel moet verwachten van de invloed die dat heeft op het moment dat de boodschappen gedaan worden. De grootste klap die gemaakt kan worden ligt in het aanbod aan de consument. Een duurzamer product moet de standaard worden, geen optionele keuze voor een select groepje enthousiastelingen. Uiteindelijk is het belangrijk dat de supermarkt de schappen vol legt met duurzaam geproduceerde producten en dat voedselverwerkers duurzamere grondstoffen gebruiken. True price, waarbij de verborgen maatschappelijke kosten betaald worden, zou ook helpen. Want het is toch niet uitlegbaar dat de niet-duurzame producten nu vaak het goedkoopst zijn. Ja, dat houdt misschien in dat bepaalde producten wat duurder worden en we bewuster boodschappen moeten doen. Zo zijn seizoensgebonden groenten goedkoper. Maar we hebben geen keus: niet alleen het landbouwsysteem, maar ook ons consumptiepatroon moet op de schop. Boerderij van de Toekomst kan dat geluid ook laten doorklinken.’

In de volgende editie spreken we met Natasja Oerlemans van het Wereld Natuur Fonds. Welke vraag heeft u voor haar?

‘Hoe kunnen we nog beter krachten bundelen om te komen tot snellere en bredere verduurzaming van de landbouw met een goed verdienmodel voor de boer?’